Belang van het juiste omega-6 / omega-3 evenwicht

In maart 2021 werd in het Wetenschappelijk tijdschrift Scientific Journal of Lipids een grote literatuurstudie gepubliceerd die nogmaals het belang aantoonde van een evenwichtige omega-6/omega-3 verhouding in het voedingspatroon.

Niets nieuws onder de zon. Wat wel interessant is, is dat deze kwestie wetenschappers over de hele wereld bezig houdt (90 studies van de laatste 20 jaar werden in deze studie onder de loep genomen). En hoe meer ze zich in dit onderwerp verdiepen, hoe meer bewijzen er worden gevonden dat Westerse diëten opnieuw in evenwicht moeten worden gebracht ten gunste van meer (anti-oxidatieve en anti-inflammatoire) omega-3 en minder (pro-oxidatieve en pro-inflammatoire) omega-6. Iedereen zou zich aangesproken moeten voelen, niet alleen mensen die lijden aan chronische ziekten zoals obesitas, diabetes of hypercholesterolemie. Hieronder vindt u een samenvatting van hun onderzoek.

Veel plezier bij het lezen!

Overconsumption of Omega-6 Polyunsaturated Fatty Acids (PUFAs) versus Deficiency of Omega-3 PUFAs in Modern-Day Diets: The Disturbing Factor for Their “Balanced Antagonistic Metabolic Functions” in the Human Body

Abeba Haile Mariamenatu and Emebet Mohammed Abdu

1. De onevenwichtige ω-6/ω-3 verhouding in moderne Westerse diëten

De meervoudig onverzadigde vetzuren (PUFA’s) met belang voor de menselijke gezondheid zijn de volgende:

  • Binnen de omega-3 familie: α-linoleenzuur (ALA), eicosapentaeenzuur (EPA), en docosahexaeenzuur (DHA)
  • binnen de omega-6 familie: linolzuur (LA), dihomo-γ-linoleenzuur (DGLA), en arachidonzuur (AA)

Hoewel deze PUFA’s van beide vetzuurfamilies essentieel zijn voor het menselijk lichaam, is een evenwichtige verhouding van het grootste belang. Hoewel het meest optimale homeostatische niveau van de ω-6/ω-3 verhouding in ons lichaam 1-5/1 is, zijn er veel obstakels die het handhaven van deze verhouding in de weg staan, waarvan de volgende twee de belangrijkste zijn: (a) het overheersen van Westerse voedingspatronen in de moderne samenleving en (b) de competitie van ALA en LA voor dezelfde enzymen.

a.       Westerse voedingspatronen in de moderne samenleving

De verhouding tussen ω-6 en ω-3 vetzuren is uitvoerig onderzocht en men gaat ervan uit dat onze voorouders ω-6 en ω-3 consumeerden in een verhouding van 1-2/1, waarvan wordt aangenomen dat het een perfecte en evenwichtige verhouding is, welke in groot contrast staat met de huidige ω-6/ω-3 verhouding van 20-50/1.

Een hoger aandeel ω-6 PUFA’s in westerse voedingspatronen is mogelijk te wijten aan de volgende drie algemene redenen: (1) de opkomst van de moderne landbouw en agribusiness samen met verwerkt voedsel, (2) de komst en ontwikkeling van moderne plantaardige olie-industrieën die zich richten op hydrogenering en raffinage van plantaardige oliën, en (3) de aanbeveling van verschillende instanties en autoriteiten om vetten en oliën te eten die gemaakt zijn van onverzadigde vetzuren in plaats van verzadigde vetten.

De groeiende bevolking leidde tot een efficiëntere, maar intensieve landbouw. Dit leidde ook tot gecultiveerde planten die minder ω-3 PUFA’s (in de vorm van ALA) bevatten dan wilde verwante planten. Het gebruik van granen die nauwelijks ω-3 en ontzettend veel ω-6 bevatten als diervoeder is eveneens toegenomen, hetgeen op zijn beurt het PUFA-profiel van het daaruit geproduceerde voedsel, zoals vlees, eieren en zelfs vis, heeft gewijzigd. Als gevolg daarvan wordt AA (ω-6) voornamelijk aangetroffen in de fosfolipiden van met graan gevoederde dierlijke producten, wat leidt tot eieren met een verhouding van 20:1 en moderne aquacultuurvissen die behoorlijk minder ω-3 PUFA’s bevatten dan wilde vissen.

De plantaardige olie-industrie gebruikt meestal oliehoudende gewassen zoals maïs, zonnebloem, katoenzaad en soja, die veel meer LA dan ALA als grondstof bevatten.

Naar aanleiding van de aanbevelingen om onverzadigde vetzuren in plaats van verzadigde vetzuren te eten, is de inname van vetzuren in de moderne samenleving de laatste drie decennia verschoven van verzadigde vetzuren (boter, reuzel) naar PUFA-bevattende plantaardige oliën die rijk zijn aan ω-6 LA en arm aan ω-3 ALA, wat heeft geleid tot een significante stijging van de ω-6/ω-3 verhouding.

Op deze manier worden ω-6 vetzuren overvloedig aangetroffen in de Westerse voeding, terwijl ω-3 vetzuren zeldzaam worden.

b.      Competitie van ALA en LA voor dezelfde reeks enzymen

Wanneer ω-3 en ω-6 PUFA’s worden geconsumeerd, is er sprake van concurrentie voor de opname ervan in de celmembranen in alle weefsels van het lichaam.

Zoals blijkt uit figuur 1, vindt de metabolische omzetting van LA en ALA tot andere langere keten vetzuren plaats via een reeks gekoppelde desaturatie- en elongatiereacties (dit is echter wel geen efficiënte reactie). Bij deze synthese van langere PUFA’s (zoals AA, EPA en DHA) streven ALA en LA dezelfde metabolische pathway na, die gebruik maakt van dezelfde enzymen. Een teveel aan LA vermindert de beschikbaarheid van deze enzymen voor de omzetting van ALA tot EPA/DHA.

Dezelfde regel geldt voor het metabolisme van de derivaten: de ω-3 en ω-6 PUFA’s wedijveren om dezelfde oxygenase-enzymen (COX en LOX).

Het evenwicht tussen de ω-6 en ω-3 PUFA’s in de voeding bepaalt dus het niveau van de productie van pro-inflammatoire of anti-inflammatoire lipide mediatoren.

Fig.1: De biosynthese van omega-3 en omega-6 PUFA’s wordt in het midden getoond. Het oxidatieve metabolisme van LA, DGLA, AA, EPA en DHA tot hun respectievelijke lipide mediatoren door oxygenase enzymen wordt ook getoond in de rechter en linker zijden. COX: cyclooxygenase; LOX: lipoxygenase; MPO: myeloperoxidase (Mariamenatu et Abdu, 2021).

2.       Overconsumptie van ω-6 PUFA’s met een lage inname van ω-3 PUFA’s wordt in hoge mate in verband gebracht met de pathogenese van veel moderne voedingsgerelateerde chronische ziekten.

Deze verandering in de ω-6/ω-3 verhouding heeft, wellicht meer dan enige andere voedingsfactor, bijgedragen tot de aanzienlijke toename in de prevalentie van chronische inflammatie en overgewicht/obesitas, die tezamen leiden tot een epidemie van andere voedingsgerelateerde chronische ziekten zoals cardiovasculaire ziekten, hypertensie, kanker, diabetes type 2, artritis, en andere auto-immuunziekten en mogelijk neurodegeneratieve ziekten.

Dit komt doordat derivaten van ω-6 PUFA’s meestal betrokken zijn bij de ontstekingsbevorderende reactie, in tegenstelling tot de ontstekingsremmende en oplossende/beschermende werking van ω-3 PUFA-derivaten.  Vooral betreffende inflammatie, immuniteit, bloedvaten en bloedplaatjes acteren de derivaten van ω-6 en ω-3 PUFA’s meestal op een tegengestelde (antagonistische) manier. Met uitzondering van DGLA versterken omega-6 PUFA-derivaten de ontsteking, de aggregatie van bloedplaatjes en de vaatvernauwing, terwijl die van omega-3 de ontsteking en de aggregatie van bloedplaatjes afremmen en de vaatverwijding bevorderen.

Door de hogere verhouding ω-6/ω-3 in moderne voedingspatronen worden grotere hoeveelheden LA- en AA-derivaten geproduceerd, die de belangrijkste oorzaken worden voor de vorming van trombose en atheroma, de allergische en ontstekingsstoornissen, de proliferatie van cellen, alsook het hyperactieve endocannabinoïde-systeem (waarbij de eetlust en de voedselopname, die tot gewichtstoename/zwaarlijvigheid kunnen leiden, worden verhoogd).

Overmatige hoeveelheden ω-6 vetzuren of een hoge ω-6/ω-3 verhouding blijken de pathogenese van veel moderne chronische ontstekingsziekten, hart- en vaatziekten, auto-immuunziekten en sommige vormen van kanker te bevorderen, in de veronderstelling dat ontsteking aan de basis ligt van deze ziekten.

Ter indicatie: in India, waar de ω-6/ω-3 verhouding in 2008 38-50/1 bedroeg, zijn de verhoogde risico’s van moderne voedingsgerelateerde chronische ziekten in verband gebracht met deze hoge ω-6/ω-3 verhouding. Daarentegen is aangetoond dat een verhoogd niveau van ω-3 vetzuren of een lagere ω-6/ω-3 verhouding van 1-5/1 een onderdrukkend effect heeft, afhankelijk van de ziekte in kwestie.

De verhoogde verhouding ω-6/ω-3 in de cellen veroorzaakt een verhoogde productie van reactieve zuurstofmoleculen en daardoor oxidatieve stress in de cellen. Chronische ontsteking kan betrokken zijn bij de pathogenese van insulineresistentie en diabetes mellitus type 2, waarbij oxidatieve stress de hoofdoorzaak is. Oxidatieve stress en ontsteking kunnen vervolgens leiden tot insulineresistentie, wat een verhoogd risico inhoudt voor andere chronische ziekten. Vrije vetzuren en glucose induceren ontsteking via oxidatieve stress en hebben een cumulatief onafhankelijk effect dat voorkomen zou kunnen worden door een dieet te volgen dat rijk is aan ω-3.

Daarom wordt het handhaven van een evenwichtige verhouding van deze twee vetzuur families in onze voeding en onze dagelijkse inname zeer cruciaal met betrekking tot de gezonde ontwikkeling en het functioneren van het menselijk lichaam, alsmede het voorkomen van moderne chronische ziekten.

Bron:
Abeba Haile Mariamenatu, Emebet Mohammed Abdu, “Overconsumption of Omega-6 Polyunsaturated Fatty Acids (PUFAs) versus Deficiency of Omega-3 PUFAs in Modern-Day Diets: The Disturbing Factor for Their “Balanced Antagonistic Metabolic Functions” in the Human Body”, Journal of Lipids, vol. 2021, Article ID 8848161, 15 pages, 2021. https://doi.org/10.1155/2021/8848161

 

We kunnen concluderen dat verschillende actoren tot de oplossing kunnen leiden. Allereerst een bewustwording van het belang om je vetzuurprofiel in balans te houden, maar ook een door de industrie gedreven verandering en de vraag en bewuste keuze van de consument.

Gelukkig hebben we bij Columbus een kwalitatief, 100% plantaardig kippenvoeder ontwikkeld, welke een mix is van granen en peulvruchten, rijk aan vitaminen en mineralen, waardoor ze eieren kunnen leggen met een perfecte ω-6/ω-3 verhouding van 1:1 !

2023-12-01T12:43:01+01:00
Go to Top